Pensioenregeling in Nederland
Een pensioenregeling wordt vastgesteld door de sociale partners (vakbonden en werkgevers organisaties). In Nederland kan de regeling op verzoek van de sociale partners door de overheid verplicht gesteld worden. De pensioenregeling wordt gewijzigd door de resultaten van de jaarlijkse cao onderhandelingen. Hierdoor kan het voorkomen dat individuele vertegenwoordigers van de sociale partners zowel bestuurder van een pensioenfonds als cao onderhandelaar zijn. Terwijl sommigen dit een voordeel vinden, wordt het ook wel gezien als een vorm van ongewenste belangenverstrengeling.
Met de invoe ring van de Pensioenwet op 1 januari 2007 onderscheiden pensioenuitvoerders drie soorten pensioenregelingen:
• De uitkeringsovereenkomst; De werknemer krijgt op de pensioendatum een vooraf vastgestelde uitkering.
• Kapitaalovereenkomst; De werknemer ontvangt op de pensioendatum een vooraf vastgesteld kapitaal waarmee hij/zij bij een pensioenuitvoerder een pensioen moet aankopen. Dit kapitaal staat vast. De uitke ring hangt af van de dan geldende mogelijkheden.
• Premieovereenkomst; Er wordt jaarlijks een premie gestort in de pensioenvoorziening van de werknemer. Op de pensioendatum moet hij/zij met het dan beschikbare kapitaal bij een pensioenuitvoerder een pensioen aankopen. De pensioenuitke ring hangt hierbij af van het opgebouwde kapitaal en de op de pensioendatum geldende mogelijkheden.
Bij de uitkeringsovereenkomst van de pensioenregeling weet de verzekerde precies hoe hoog zijn uitke ring op termijn is. Bij de kapitaalovereenkomst staat aan het einde van de looptijd de som geld vast. Bij de premieovereenkomst is alleen de te betalen premie zeker.
Gelijke behandeling
Pensioen is een arbeidsvoorwaarde. Daarom zijn werkgever en werknemer (of sociale partners) vrij om de pensioenregeling naar eigen inzicht vorm te geven. Daarbij is wel speciaal aandacht vereist voor gelijke behandeling. Dat geldt (onder andere) voor de volgende categorieën werknemers:
• Deeltijdwerkers. De pensioenregeling mag deeltijdwerkers niet van deelname uitsluiten. Als in de pensioenregeling wordt gewerkt met een franchise, dan moet deze voor de deeltijdwerker naar rato worden toegepast.
• Mannen en vrouwen. De pensioenregeling mag geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen. Ook niet indirect. Sluit de regeling bijvoorbeeld administratieve krachten uit, en zijn dat voornamelijk vrouwen, dan is dat niet toegestaan.
• Tijdelijke werknemers. De pensioenregeling mag in beginsel tijdelijke werknemers niet anders behandelen dan vaste krachten. Uitsluiting van tijdelijke krachten is daarmee verboden. Bovendien moet u voorzichtig zijn met het hanteren van wachttijden of drempelperiodes.
• Leeftijd. Een toetredingsleeftijd of pensioenleeftijd is toegestaan. Maar stelt de pensioenregeling andere leeftijdsgrenzen dan kan dit leiden tot verboden onderscheid. Denk bijvoorbeeld aan leeftijdsgrenzen in een eindloonregeling of aan een franchise die per leeftijdscategorie verschilt.